Samanakrant

FLORA

FLORA

Na een gezellige paaskoffietafel met mooie zang, maakt bloemenliefhebster Gilberte met veel plezier een omwegje met de auto om in de Wautersdreef en de François Spaestraat even stil te staan bij ‘la vie en rose’. Een lust voor het oog, maar zoals alle mooie liedjes van korte duur. Het doet ons verlangen naar de komende Floraliën, die na twee jaar uitstel, eindelijk zullen plaatsvinden in de Floraliënhal van het Citadelpark. Van kleine tentoonstelling in 1809 in een zaaltje van 48 m2, is de Gentse bloemententoonstelling uitgegroeid tot een wereldvermaarde expo, dit jaar onder het motto ‘Mijn Paradijs, mijn wereldse tuin’.

Wat hebben de Floraliën te maken met Merelbeke Flora ? Heel veel, natuurlijk. In de 2de helft van de 19de eeuw was Gent dé bloemenstad bij uitstek en Gentse bloemisten zochten ruimte voor hun nieuwe serres rond Gent, ook in Merelbeke. Rond 1860 waren er in het Gentse ongeveer 200 bloemisterijen, met alles samen ongeveer 600 serres. De faam van de camelia ruimde plaats voor de superioriteit van de Gentse azalea indica. In die tijd had Jan van Geert 100 variëteiten azalea indica, 80 variëteiten potpioenen en 40 soorten camelia’s. Gentse bloemisten vielen vaak in de prijzen op internationale tentoonstellingen in het buitenland. Bekende bloemisten waren Louis Van Houtte en Adolf Papeleu, die van Gentbrugge een tuinbouwcentrum maakten. Later maakte Papeleu van Wetteren een centrum voor boomkwekerijen. In 1880 waren er ongeveer 3.000 werklieden tewerkgesteld in de bloemisterijen, die zich meer en meer op uitvoer concentreerden. Uitheemse planten en bloemen werden in Gent veredeld en dan geëxporteerd, o.m. naar Amerika. (De Gentse azalea indica versierde ook het paleis van de Russische tsaar…)

Het tuinbouwgebied omvatte Merelbeke, Melle, Lochristi, Sint-Amandsberg en Oostakker, maar alles viel onder de noemer: Gentse sierteelt. Vuylsteke kweekte een zeldzame orchidee. (Voor fanatici: de odontoglossum). Na WO I was er een crisisperiode in de tuinbouw, maar in 1929 verstuurde men opnieuw sierteeltproducten naar een 30-tal landen, voor een totale waarde van 122.120.314 frank. Het oorlogsgeweld van WO II vernielde het bloemistendorp Merelbeke en velen moesten van nul herbeginnen. In 1965 benaderde de export het miljard. Met de petroleumcrisis en de hoge brandstofprijzen kwamen er grote problemen en uiteraard kwam er ook meer en meer concurrentie. Maar de 36ste editie van de Gentse Floraliën bewijst dat onze sierteelt nog niet is afgeschreven.

WIE WAS FLORA ?

Flora was één van de mindere goden/godinnen van de Romeinse Oudheid, ze was populair. De mythe van Flora komt uit verhalen van vóór de Romeinse tijd. Flora is afgeleid van het latijnse woord ‘flos’, wat bloem betekent. De godin Flora had het vermogen om gewassen te doen groeien en sterker te maken. Daarom werd ze ook de godin van de vruchtbaarheid. Wanneer mensen Flora boos maakten, werden zij als slachtoffers naar de grot van de Fratres Avales gebracht. De grootste tegenstander van Flora was de Romeinse god Robigus, die gewassen vernietigde en van kleur beroofde. Er was dus steeds een strijd tussen Flora en Robigus, een soort gevecht tussen goed en kwaad. Voor Flora werd in Rome een tempel gebouwd, op aanraden van de sibille van Cumae (*) en er was een lange tijd een jaarlijks festival eind april, begin mei. Dit festival werd echter afgeschaft wegens ‘losbandig feesten’. Kunstenaars hebben Flora meestal afgebeeld met bloemen in het haar. De tweelingzus van Flora was Fauna, godin van de dieren.


( *) De sibille van Cumae staat, net als een andere sibille en twee profeten, afgebeeld op het Lam Gods van Van Eyck, bovenaan.

Oma’s gedachtekronkels

Oma’s gedachtekronkels

De paaslelies en de tulpen lachen ons toe. Ook al voorspelt men na dat te vroeg zomertje opnieuw koude nachten, we hebben ‘onze winterpels achtergelaten’, zoals de Bond zonder Naam het mooi omschrijft. Maar het nieuws over oorlog in Oost-Europa vreet aan ons lentegevoel. Daarom is het goed dat wij af en toe positieve dingen lezen. In de eerste coronaperiode heb ik mij gefocust op opbeurende uitspraken van vrienden aan de telefoon en heb ik ook citaten genoteerd die ik toevallig las of hoorde in die dagen. Ik genoot van het opschrijven van die wijsheden en daarom blijf ik er nu en dan nog noteren, maar in iets mindere mate. Het zijn niet alleen geleerden, filosofen en taalkundigen die verstandige dingen vertellen. In mijn citatenschriftjes staan quotes van gewone mensen, vaak onbekenden voor mij, tussen die van beroemdheden. Sommige zouden in reuzegroot Cyrillisch schrift boven het bed van Poetin moeten hangen. Maar wat baten kaars en bril als de uil niet zien (en) wil ? De mensen die wijze raad niet nodig hebben, zijn de eersten die naar wijze raad luisteren. Ik geef jullie een kleine bloemlezing uit mijn verzameling.

Het is niet te voorkomen dat vogels van droefheid landen op onze schouders. Het is wel te voorkomen dat ze nesten bouwen in ons haar. (Chinees spreekwoord, geleerd van Krista Bracke, die immense moeilijkheden overwon).

Denk aleer gij doende zijt en doende, denk dan nog. (Guido Gezelle – 1881)

Je kunt ook aandacht besteden aan de planten i.p.v. aan het onkruid. Het negatieve moet je niet wegduwen, maar je kan wel het positieve aanvaarden. (acteur Ray Verhaeghe, 90+-ser)

Ik moet wel twee of drie rupsen verdragen, wil ik vlinders kunnen zien. (uit ‘De kleine Prins, Antoine de Saint-Exupéry)

Als velen in dezelfde richting gaan, komt de weg er vanzelf. (Gehoord op Canvas)

We kijken met miljoenen naar één bal in ’t stadion
maar morgenochtend kijkt geen kip naar ’t opgaan van de zon. (Toon Hermans – Uit ‘Liggen in het gras)

Ons eigen geluk hangt af van de glimlach van anderen. (Albert Einstein – Dit stond minuscuul klein gedrukt op een papiertje dat in het koekje zat, gekregen als moederdagattentie van Samana in 2020.)

Kies ervoor om optimistisch te zijn. Dat voelt beter. (Daila Lama)

Vrijwilligers worden niet betaald, niet omdat ze waardeloos zijn, maar omdat ze onbetaalbaar zijn. (Rudi Coomans)

Een vat vol geleerdheid is nog geen druppel wijsheid waard. (Pythagoras – 6de eeuw v.C.)

Wanneer men naar het kerkhof gaat om overledenen te gedenken, denkt men er best ook bij: wat zou ik nu kunnen doen voor de levenden ? (Dat zei mijn moeder Martha Piens meermaals)

Gezonden willen vanalles. Zieken maar één ding. (Bond zonder Naam)

Een dikke boom begint als een teer twijgje. Een bergbeklimming begint met een stapje. (Lao Tse, 600 v.C.)

Schrap het woord ‘ik’ uit ons taalgebruik en de hele mensheid staat met de mond vol tanden en het paniekzweet op het voorhoofd. (Herman Brusselmans)

De pandemie is een natuurlijk experiment over de gezondheidseffecten van hoogmoed. (Dirk Draulans)

De geest wordt rijk door wat hij ontvangt, het hart door wat het geeft. (Victor Hugo)

Ik denk dat oma’s kleiner worden zodat ze beter in je hart passen. (Mona, 11 jaar. Gelezen in Libelle)

Veeg het grijs uit je leven weg en laat de kleuren, die je vanbinnen bezit, tot hun recht komen. (P.Picasso)

Lichtpunten kun je pas zien als je de duisternis in de ogen kijkt. (Uus Knops – psychiater, auteur uit Gentbrugge)

Voor iemand met een hamer lijkt elk probleem op een spijker. (Abraham Maslow)

Het leven kan alleen achterom kijkend begrepen worden, maar het leven moet voorwaarts kijkend geleefd worden. (Sören Kierkegaard)

Wie zich niet aanpast aan zijn deken ligt met zijn voeten bloot. (Goethe – vrije vertaling)

Je moet het leven nemen zoals het komt. Vandaag is dat goed, morgen is dat slecht, overmorgen terug wat beter. (Sylvain, een 82-jarige bewoner van een WZC in ‘Leef’ april 2020)

Een moedeloze aars laat geen vrolijke scheet.
Aus einem verzagten Arschg kommt kein fröhlicher Firz. (Maarten Luther)

We kunnen vliegen als vogels en zwemmen als vissen, maar zoiets eenvoudigs als de aarde bewandelen als broeders en zusters, moeten we nog leren. (Martin Luther King)

Vrijheid voor de wolven betekent dood voor de lammeren. (Isaiah Berlin, filosoof uit Letland)

Wil je geen kennis verloren laten gaan en ze in de tijd laten reizen, vertrouw ze dan toe aan kinderen. (ouderling van de Bambara-stam – Uit: Wijsheid uit Afrika)

Wanneer je naar de zon kijkt, vallen alle schaduwen achter je. (Las ik op een glasonderzetter van de Gezinsbond)

Het beste middel tegen angst is schoonheid. (Damiaan Denys – Gehoord in ‘Touché’ op Radio 1)

Je bent de som van wat je hebt meegemaakt. (Pascal Braeckman – klankman – in Samana Magazine april 2020)

Wanneer men niet datgene heeft waarvan men houdt, moet men houden van datgene wat men heeft. Quand on n’a pas ce que l’on aime, il faut aimer ce que l’on a. (Roger de Rabutin – 17de eeuw)

Ijzer is goedkoop wanneer men de winst kan tellen van elke dode soldaat. (Lie Tillema-Heijnen in ‘Moeders, uw kind is geen kanonnenvlees’ 1934)

Verspil nooit een goede crisis.
Never waste a good crisis. (Winston Churchill)

Iedereen is een genie. Maar als een vis wordt beoordeeld op zijn vaardigheid om in bomen te klimmen, zal hij zichzelf zijn hele leven als een mislukkeling beschouwen. (Albert Einstein)

Als mensen je dierbaar zijn, zeg hun dat dan het liefst vandaag nog. (Luc Swinnen – arts, in een interview)

Durf jezelf eens af te vragen of het kind in jou geïnspireerd zou zijn door de volwassene die je geworden bent. (Tommy Browaeys – Gelezen in Samana Magazine nr 31 in 2020)

De helft van de fouten die we in het leven maken, zijn een gevolg van het feit dat we voelen wanneer we zouden moeten denken en denken wanneer we zouden moeten voelen. (John Collins)

Ik buig diep voor mensen die zich vanuit de rand van de orkaan vastberaden naar het windstille oog worstelen. Ik bewonder iedereen die het noodlot voor altijd op zijn rug draagt en dan toch nog kan lachen, toch nog blijft hopen op beter. (Nico Dijkshoorn in De Gentenaar/Het Nieuwsblad)

De kunst bestaat erin te begrijpen en te aanvaarden dat sommige dingen niet te begrijpen of te aanvaarden zijn. (Eva Van Braeckel – longarts UZ Gent)

Wie een vuist maakt,
kan geen hand geven. (Bond zonder Naam)

Haal de MOET eruit.
Houd de MOED erin. (Gelezen op de flap van ‘Houvast’ Samana)

Ik zal het nooit begrijpen

Ik zal het nooit begrijpen

Reeds twee jaar lang vonden we het geen pretje om naar het Journaal te kijken. Het tot in maart 2020 (voor de meeste mensen) onbekende woord ‘corona’ deed op de duur onze oren tuiten. Lockdown, tweede golf, derde en volgende golf, cijfers van besmettingen en van het aantal coronadoden, daartussen nog natuurrampen her en der, vluchtelingenproblematiek…

Gis Haspelslagh

Nu de lente in aantocht is, (dat vertellen de crocusjes ons,) en wij bijna euforisch worden na de laatste versoepelingen van de maatregelen, beginnen we alweer te piekeren wanneer we de nieuwsberichten horen, en piekeren is dan nog zacht uitgedrukt. Het woord ‘oorlog’, dat momenteel al te vaak in nieuwsberichten te horen is, klinkt angstaanjagend. En plots komt een lied van Sting uit 1985 weer in mijn gedachten: Russians. In de tijd van Reagan en Chroesjtsjev zong Sting: “I hope the Russians love their children too”, ik hoop dat de Russen ook van hun kinderen houden. Het was een lied met een krachtige tekst.

Een fragment:
Hoe kan ik mijn kleine jongen beschermen tegen het dodelijke speelgoed van Oppenheimer ?
Er is geen monopolie op gezond verstand,
aan elke kant van het politieke hek.
We delen dezelfde biologie,
los van ideologie.
Geloof me wanneer ik je zeg:
Ik hoop dat de Russen ook van hun kinderen houden.

Als moeder van drie zonen stel ik mij in de plaats van die miljoenen moeders ginds in het oosten van ons ‘beschaafde’ Europa.

IK ZAL HET NOOIT BEGRIJPEN

Ik kan mijn land niet liefhebben,
mijn zoon,
als jij moet gaan,
verkleed, vermomd als moordenaar,
gegooid in ’t gekkenspel,
met lege leuzen opgepept,
recht naar de oorlogshel.

Ik wil niet aan een massagraf
met duizend moeders wenen,
ik wil geen naam gebeiteld zien
in harde huldestenen.

Ik huiver bij een kruisentuin,
mijn zoon.
Het heeft geen zin,
zovelen vochten om de eer,
gekraakt door pijn en spijt,
zijn zij op ’t veld tot niets vergaan,
veld van absurditeit.

Ik wil niet dat mijn eigen bloed
vermengd wordt met het kruit
wanneer jij in een moddersloot
verkrampt je ogen sluit.

Ik zal het nooit begrijpen,
mijn zoon,
wat oorlog is.
De mens, nog steeds een beetje beest,
bezeten en behept,
verschroeit zijn eigen lente
tot alles is verlept.

Ik kan mijn land niet liefhebben
dat levens laat vernielen
en zal voor goden van geweld
nooit buigen en nooit knielen.

Mies Vergaelen



Oma’s gedachtekronkels

Oma’s gedachtekronkels

Sfeerbeeld vlakbij WZC Weverbos.

Het komt op tv en het staat in de krant:
er zijn soms bijzondere dagen,
één dag zonder vlees of Tournée Minérale
en ook nog een maand zonder klagen.
Die laatste begon op de mottigste dag,
‘Blue Monday’, die heet deprimerend.
De sluwe berekenaar had iets op ’t oog,
want dollars zijn echt inspirerend.
Dus net op dié dag startte ‘Kies positief’,
op 17 in januari
ging men 30 dagen het klagen te lijf.
De ene denkt ’tof’, d’andere ‘larie’.
Ik heb bij de bakker het weer niet verwenst,
maar prees zachte druppels: “zó fijntjes !”
De slagersvrouw vroeg of het goed met me ging.
“Fantastisch”, zei ik, “slechts drie pijntjes”.
Wie heel weinig last heeft, klaagt dikwijls het meest,
die maakt zelfs een hobby van zuchten.
Maar eenzamen, zieken, snoer hén niet de mond.
’t Kan deugd doen zijn hart eens te luchten.
Wanneer we bijeen zijn met een kleine groep
voor koffieklets, om nieuws te delen,
zegt Frieda: “Het kwalenkwartier gaat nú in,
en dan gaan we Rummikub spelen”.
En dát hebben wij ons dus eigen gemaakt.
Meer lachen doet beter verteren.
Belangrijke woorden: ‘met mate’ en ook
‘doseren en relativeren’.
Nog één week ‘verplicht’ en daarna weer spontaan
gewoon positief … denken, spreken…
Maar drink nog geen wijntje bij ’t Rummikub-spel.
Tournée Minérale ! … Nog 2 weken !













27 januari Gedichtendag

27 januari Gedichtendag

Op 27 januari start de poëzieweek.

WINTER

In pas ontloken
tederheid
omhelst de
nieuwe dag het
naakte leven.
Mijn gedachten wiekelen als
jonge torenvalken
bij wazig morgenlicht.

Het vriest witte
winterbloemen
op mijn ruiten.

Terwijl langzaam
mensenschaduwen
uitsterven langs
verloren illusies
geef ik opnieuw
mijn dromen idealen.

Magda Pylyser

Kom niet met de hele waarheid
kom niet met de zee
voor mijn dorst,
kom niet met de hemel
als ik om licht vraag,
maar kom met een glimp,
met dauw, met een vleugje,
zoals vogels druppels
meedragen van hun bad
en de wind een korrel zout.

Olav H.Hauge (Noorse dichter en tuinier)

Oma’s gedachtekronkels

Oma’s gedachtekronkels

2022! Wat gaat alles snel. We herinneren ons nog levendig alle poespas bij dat magische getal 2000. En nu zijn we alweer in de vorstmaand, 22 jaar verder. Dat woord ‘vorstmaand’ staat zoals alle jaren op de Druivelaarkalender. Ik ben wellicht een van de weinigen die af en toe ook de uren van zonsopgang en zonsondergang lezen. Ik had graag die zon eens gezien op 13 januari, maar neen, grijs, grauw, erwtensoep. Dan lees ik de patroonheilige van de dag: de H.Hilarius. Hilarisch zijn de meest mopjes niet op de kalender, maar toch sla ik het ritueel van het omdraaien van het afgescheurde blaadje niet over. Mopje van de dag:

Man die een brief zit te lezen, tegen zijn vrouw: “Dit is een brief van de belastingsinspectie. Ze willen weten waar ik het geld heb gehaald om ze te betalen.” En dat doet me eraan denken dat ik nog moet internetbankieren. Aan de slag.

Tot in de herfst van 2021 had ik een comfortrekening en daar voelde ik mij best comfortabel bij. En dan kreeg ik plots op het scherm: ‘Bye bye classic banking. Welcome to BEATS. Ons hart BEATS voor u.’ Men kent bij de bank blijkbaar nog een paar woorden Nederlands: ons hart, voor u. Oh ja, ze zijn er ‘voor u’! Indien u goed te been bent, of over een auto beschikt, indien u bij een telefonische vraag de verwijzing krijgt naar’ www… enz.’ en toch beleefd blijft… Geen kwaad woord over al die vriendelijke personeelsleden bij de bank, hoor. (En ik wil geen ruzie met een bankier in mijn familie.) Zal mijn geld méér opbrengen nu ik een Angelsaksisch-bonkende rekening heb?

Mijn generatie heeft behoorlijk haar best gedaan om de Nederlandse taal te (her)waarderen, wij hebben zelfs met ABN-clubjes geijverd om Franse woorden die een Nederlands equivalent hadden, te weren. En terwijl met een zacht briesje overbodige Franse woorden wegsijpelden, kwam het Engels met een wervelstorm binnen. Meertaligheid is een pluspunt en wij mogen als Vlamingen fier zijn op onze talenkennis. Maar wat is er mis met ‘Vrolijk Kerstfeest en gelukkig Nieuwjaar’? Ik bekijk de nieuwjaarkaartjes die ik ontving en mijn hoofd BEATS. Zoveel ‘Merry Christmas and Happy New Year’- kaartjes, soms met op de keerzijde ‘Made in Belgium’. Ook merry en happy fotokaartjes van vrienden die zelf de tekst kunnen kiezen op het computerprogramma.

Wellicht denken de ‘kids’ dat dit ‘item’ hun ‘fun’ bederft. ‘Shit’ klinkt netter uit de mond van een kleinkind dan de ‘verdomme’ van vroeger, maar vraag het eens de vertaling op te zoeken? Alles went, ook een stinkend woordje. Het ‘Woord van het jaar 2021’ was sterk: knaldrang. Het woord ‘corona’ zat er tenminste niet in, al was het wel de inspiratie. De Nederlanders vond ik negatief met hun ‘prikspijt’. Het kinderwoord van het jaar klonk niet bepaald Nederlands, maar ik vond het een sympathieke keuze: ‘ma stobbe’. (Stop, het mag stoppen want ik heb dat niet graag.) En ook het tienerwoord was leuk en gelukkig niet coronagerelateerd: bestie (voor beste vriend of vriendin). Maar toch goed dat men in het Journaal en in de krant daar een beetje uitleg bij gaf.

Zou dat ooit uitgegeven worden, een woordenboekje ‘Kleinkindertaal-Omataal’? Bas, bruh, echt? Sheesh bro! Interessant om een eenvoudige taal bij te leren, al gebruiken de kinderen die taal niet bij oma maar alleen onder elkaar. Tegen dat een dergelijk woordenlijstje gedrukt zou zijn, is er niemand die de modewoordjes nog in de mond neemt.

Tja, alles evolueert in een mensenleven. De fase van Tik Tak, dan naar Tiktok en dan Tactiek. Mijn voorziene tactiek voor 2022? Nie neuten, nie pleujen. Oei, dat is ook geen keurig Nederlands…

Kerstlied in ‘De Warmste Week’

Kerstlied in ‘De Warmste Week’

Voor ‘die andere’

Ik blijf langs hier en zie jou weer ginder.
we hebben elkaar ‘gecatalogeerd’
ergens in ’t schuifje van meer of minder,
met etiketten als ‘dom’ of ‘geleerd’.
Jij lacht maar wat om mijn blitse kleren,
ik vit op jouw taal en weeg ieder woord.
Ik was te blind om van jou iets te leren
en wat ik zong heb jij amper gehoord.

Refrein:

Ik wil op weg om jou op te zoeken,
morgen kom jij naar me toegegaan.
En op de plek waar we elkaar ontmoeten,
daar zal het land van de vrede ontstaan.


Ik voel me goed en jij voelt iets knagen.
Jij vindt me ’taai’ en ik jou ‘een zaag’.
Jij vecht je rot in donkere dagen,
er is geen morgen, alleen vandaag.
Achter je rug kan ik heel veel verklaren,
jij blijft maar angstig en ik zelfbewust.
En bij de kerststal heb ik al die jaren
met zoete zang mijn geweten gesust.

Refrein:

Ik wil op weg om jou op te zoeken,
morgen kom jij naar me toegegaan.
En op de plek waar we elkaar ontmoeten,
daar zal het land van de vrede ontstaan.


Ik ben ‘apart’ en jij ‘een speciale’,
jij bent zo ‘raar’ en ik ‘origineel’.
Jij zorgt voor ‘prietpraat’ en ik voor ‘verhalen’.
Jij ‘gooit je geld makkelijk weg’ en ik ‘deel’.
Ik hou van ‘praten’ en jij van ‘kletsen’,
‘k heb vaak een ‘wens’ en jij ‘maar een ‘gril’.
Vreemd… hoe gelijk we zijn en onbewust kwetsen.
Dat woordje ‘IK’…. dat maakt het verschil.

Refrein:

Ik wil op weg om jou op te zoeken,
morgen kom jij naar me toegegaan.
En op de plek waar we elkaar ontmoeten,
daar zal het land van de vrede ontstaan.


Tekst: Mies Vergaelen

Tekening: Rita Verloo

Oma’s gedachtekronkels op 6 december

Oma’s gedachtekronkels op 6 december

Ze weet het! Ook het jongste kleinkind gelooft niet meer in Sinterklaas. Vorig jaar heeft ze goed toneel gespeeld en oma de indruk gegeven dat ze het niet doorhad, wellicht uit schrik dat er een einde zou komen aan de goedheid van die heilige kindervriend. Zou de papa verklapt hebben wat opa zaliger veel jaren geleden had gezegd? Dat de Sint maar bij oma en opa zou langskomen tot het jongste kleinkind geen schoentje meer zou komen zetten? Daar ging en gaat oma niet mee akkoord. De Sint blijft komen bij groot en klein, maar houdt wel meer en meer van soberheid. Wat er nog steeds bij hoort, is een groot bord voor elk, gevuld met fruit en wat lekkernijen w.o. de onmisbare speculoos/speculaas en de chocoladefiguurtjes. Als kind kregen wij weinig snoep, maar één keer per jaar stond daar op 6 december, of de zondag ervóór, een groot gevuld bord en dat heeft blijkbaar een onuitwisbare indruk op mij gemaakt. Noem het een onweerstaanbare drang, maar oma wil elk jaar grote borden vullen, ook al kijken de schoondochters verontrust naar al die calorieën. Door die duidelijke blikken staan intussen reeds de roze guimauvelievevrouwtjes niet meer op het boodschappenlijstje voor de supermarkt en krijgt fruit een opvallende hoofdrol. Tja, men stelde zich vroeger geen vragen bij de mierzoete roze varkentjes.

Ze weet het ! Ik denk terug aan mijn kinderjaren. Toen ik 7 was en toevallig ziek op 5 december, mocht ik in de ‘middenplaats’ in de warmte slapen. (Wie kent ze nog, de rijhuizen van toen, met voorplaats, middenplaats, woonkeuken en daarachter een klein kookkeukentje dat uitgaf op de koer met toilet ?) Die avond dachten mijn ouders dat ik in een diepe slaap was toen ze aan het etaleren van de cadeautjes begonnen. Wij mochten ieder jaar elk één stuk speelgoed vragen aan de Sint, en behalve dat aanlokkelijke snoepbord lagen daar nog de nuttige dingen: de wintersjaal en -handschoenen en de winterpantoffels. Ik had dat jaar een speelgoedpianootje gevraagd, ik wou daar heerlijke kakofonische muziek op creëren. (Nu zou ik kierewiet worden van die metaalklank). Ongemerkt loerde ik af en toe door een raampje van de tussendeur, maar ik zag alleen de meccano voor mijn broer en de poppen en het kookvuurtje voor de zussen. Toen het stil werd en mijn ouders naar bed waren, ging ik kijken of mijn wens vervuld was en ja, daar stond mijn eerste muziekinstrument. Te mooi om niet getest te worden. En zo hoorden pa en ma midden in de nacht ’tokkel tokkel kling kling…’ “Ze weet het !” Ik was helemaal niet ontgoocheld omdat ‘de leugen was uitgekomen’ maar opgelucht, want nu begreep ik eindelijk hoe het kwam dat de stoutste van de klas, een verwend nest, elk jaar met een duur sintgeschenk kwam pronken op school (wat in feite niet mocht). Is dat een heilige die brave kindjes beloont ? had ik mij te lang afgevraagd. Oneerlijke man, of ziet die niet goed vanuit de hemel met al dat wit krulhaar tot over zijn ogen ?

En dan kwam de decembertijd in het eigen gezin. Toen de oudste zoon 3 was, hebben we sinterklaasliedjes gezongen, prentjes gekleurd en scheve mijters getekend. Het verhaal van de kindervriend werd verteld thuis en op school, we dachten dat zoonlief helemaal in de sfeer van de heilige op het witte paard zou zitten. Nog vóór de grote dag, stopten we letterkoekjes in de brievenbus, rammelde papa-debutantsint een beetje met het deurtje en zei ik: “ik hoor iemand aan de deur, ga eens kijken”. De opgetogen kleuter opende het deurtje en zei: “Brave facteur”.

We zijn 50 jaar later. De jongste van de kleinkinderen, ze weet het. En nu komen ook bij haar heel wat andere vragen los:

“Was Sint-Niklaas een Turkse bisschop, zoals de meester vorig jaar zei?”

“Myra, waar hij bisschop was, ligt nu in Turkije, maar in zijn tijd was dat Lycië, een deel van het Romeinse Rijk. Pas eeuwen later zijn daar Turken komen wonen. Nicolaas van Myra was geen Turk maar een katholieke bisschop uit Lycië. Hij kan wel een licht gekleurd tintje gehad hebben.”

“Welke taal zou hij gesproken hebben?”

“Waarschijnlijk Grieks, want in het oostelijk deel van het Romeinse Rijk spraken de geletterden Grieks in zijn tijd (rond 300) , in het westelijk deel, het grootste deel, spraken de geletterden Latijn.”

“Waarom vertelt men dan dat hij met een stoomboot uit Spanje komt?”

“De Italianen hebben in de middeleeuwen het grootste deel van zijn overblijfselen overgebracht naar Bari, aan de Italiaanse kust, omdat de Turken moslims waren en omdat de overblijfselen van heiligen veel bedevaarders lokten. En Bari behoorde een hele tijd toe aan Spanje. De stoomboot is erbij gefantaseerd in de 19de eeuw door een Hollandse tekenaar. In de tijd van Nicolaas en ook in de middeleeuwen waren er uiteraard geen stoomboten”.

Ik zie haar verveeld denken dat zij zich alles toch heel anders had voorgesteld. Om het voor haar niet nóg moeilijker te maken, zwijg ik over de Pietenkwestie en over het paard op de daken,(wellicht geïnspireerd door oude Germaanse verhalen over de god Wodan op zijn vliegend paard). Ik zeg alleen nog dat er veel legendes over Nicolaas bestaan en dat hij daarom de patroon of beschermheilige is van de kinderen en schippers. En dat hij ooit geldmuntjes gooide in de kamer van drie zussen …

En ze vult zelf aan:

“zodat ze geen geld zouden moeten verdienen als meisjes van plezier. Ik heb dat onlangs gelezen.”

Ik slik even. Ze weet veel, ze weten veel, alle kinderen weten veel, zien en horen veel, praten over vanalles mee, gebruiken woorden die wij als kind ofwel niet kenden ofwel niet durfden uitspreken. Hoe komt het dat zij tóch nog tot 9 of sommigen tot 10 jaar een schoentje zetten met een wortel en een briefje erin voor een bebaarde rare kwast met bizar hoofddekstel, die alles weet over iedereen?

Ik hoop dat er nog veel verhalenboekjes in de schoentjes belanden. Maar de kans is groot dat er smartphones op de wenslijstjes staan van kinderen die net ‘pop, beer en trein’ hebben leren schrijven. Ze hoeven het moeilijke woord niet eens te schrijven, uitknippen uit de dikke catalogus volstaat voor de Sint. Gooi het maar door de schouw, Piet. Zou het erg zijn indien dat ‘kinderspeelgoed’ niet schokbestendig is?

Hoor, wie klopt daar, kinderen? Hoor, wie klopt daar, kinderen? Hoor wie tikt daar zachtjes tegen ’t raam. ’t Is een vreemdeling, zeker, die verdwaald is, zeker, ‘k zal hem gauw eens vragen naar zijn naam.